I am forced to acknowledge that we carried an ad for a belching preventative two or three weeks ago, but that was because the advertising manager was asleep.

Bovenstaand citaat is van Harold Ross, oprichter van The New Yorker in 1925. Zijn spirit en oog voor detail dwalen nog rond op de redactieburelen, blijkt uit  ‘A Note to Our Readers’. Hierin doet de redactie het idee achter de prachtig vernieuwde site van The New Yorker uit de doeken. Kort samengevat: Er zal meer online gepubliceerd worden (nu verschijnen er zo’n 15 stukken per dag), t/m de zomer is alles gratis te lezen, daarna zal de content achter een metered paywall a la The New York verschijnen. Dat lijkt een logische stap; het merk is er stevig genoeg voor, ze beschikken over specifieke, kwaliteitscontent en hebben loyale lezers. En de hele zomer gratis stukken lezen op een fijne nieuwe site is een fijn lokkertje om straks een abonnement te nemen. Ditmaal heeft hun advertising manager zijn ogen open gehouden.

When subjects were shown 40 modern artworks in four different orientations and asked which orientation they preferred, their responses aligned with the artist’s intention less than half the time.

Bekentenis: Ik wist dit al, zelf proefondervindelijk vastgesteld in een vorige eeuw. In 1999 werkte ik in een klein exhibitiepaviljoen als gastheer. Het glazig-uit-het-raam-staren en lange-afstand-darten (ik nam altijd mijn dartbord mee, dit was in de Barney-tijd) heb ik daar geperfectioneerd, het werk was saaier dan een avondje doorzakken met Lionel Messi. Er kwam geen kip. Tot die ene dag. Er was een nieuwe tentoonstelling, gratis entree, fotografie, tamelijk abstract. Ik had mijn dartbord moeten opbergen omdat er tussen 11 en 14 uur al drie bezoekers waren geweest, door mij keurig bijgehouden op de turflijst. Ze keken naar de foto’s, licht voorovergebogen, mompelend. ‘Prachtig werk, fascinerend’. Ik zat in de fase dat ik dacht dat een aap dezelfde abstractie zou kunnen tekenen en besloot alle foto’s een kwart- of halfslag te draaien. Kijken wat er gebeurt. Tussen 14 en 17 uur kwamen er vijf nieuwe bezorgers, spitstijd. Spannend. Mijn dartbord verscholen in de keuken, een gemaakte glimlach naar de zaal. De bezoekers liepen naar de foto’s, bogen licht voorover om de kunst aan een degelijke inspectie te onderwerpen. Licht mompelend. ‘Poeh, nou nou, hoe verzin je het, fascinerend, kunst!’. Toen ze weer weggingen hing ik de foto’s weer goed, daarna ging mijn dartbord aan de muur. Niemand had wat door.

Like! Grappig hoe die boodschappen van Tumblr, veel meer dan bijvoorbeeld Facebook of Twitter, volzitten met overdreven liefde, volle hartjes en over-the-top enthousiasme. Ze positioneren zich wel goed als de safe, happy place van het boze internet. High-res

Like! Grappig hoe die boodschappen van Tumblr, veel meer dan bijvoorbeeld Facebook of Twitter, volzitten met overdreven liefde, volle hartjes en over-the-top enthousiasme. Ze positioneren zich wel goed als de safe, happy place van het boze internet.